Personeel aannemen over de grens: waarom je Belgische vacature in stilte blijft hangen (en je Nederlandse contract de mist in gaat)

Personeel aannemen over de grens: waarom je Belgische vacature in stilte blijft hangen (en je Nederlandse contract de mist in gaat)

Cross-border HR & payroll

Een blog naar aanleiding van de podcastaflevering met Katja van Leeuwen en Birgit Killens van Interfisc.

Je zet een vacature live, je hebt een mooi aanbod en je wacht. En je wacht nog wat. Na een paar maanden besef je: er heeft vrijwel niemand gereageerd. Voor veel Nederlandse en Belgische ondernemers is dat het eerste signaal dat aannemen en verlonen over de grens niet zo vanzelfsprekend is als het lijkt.

In deze podcastaflevering schuiven Katja van Leeuwen en Birgit Killens van Interfisc aan bij Eric Lippens van Cultuurverschillen België Nederland. Interfisc is sinds 1972 gespecialiseerd in internationale HR en payroll — alles wat met loonadministratie over de grens te maken heeft, voor onder meer België, Nederland en Duitsland. Waar eerdere afleveringen vooral inzoomden op cultuur, taal en samenwerking op de werkvloer, gaat het hier over iets wat minstens zo bepalend is: de wetgeving, de loonkost en de arbeidsvoorwaarden. En precies daar zitten de verschillen dieper dan je denkt.

Bekijk en beluister het volledige gesprek in de podcast, of lees verder onder de video.

Dezelfde taal, een totaal andere wereld

We spreken grotendeels dezelfde taal, en juist daarom onderschatten we hoe groot de verschillen zijn. Katja en Birgit merken het dagelijks: wie naar China of de Verenigde Staten trekt, bereidt zich uitgebreid voor op de cultuurverschillen. Wie de grens tussen België en Nederland oversteekt, gaat er te makkelijk van uit dat alles ongeveer hetzelfde werkt.

Dat geldt niet alleen voor marketing, sales of samenwerking, maar evengoed voor wetgeving, sociale zekerheid en alles wat met loonadministratie te maken heeft. En het verklaart meteen waarom vacatures die over de grens gaan zo vaak blijven liggen.

Waarom reageert er niemand op je vacature?

Het klassieke scenario: een Nederlands bedrijf wil de Belgische markt op, zet dezelfde vacaturetekst online die in Nederland prima werkt, en hoort niets. De tekst is letterlijk overgenomen, alleen “Nederland” is “België” geworden.

Het probleem zit in de woorden én in wat eronder zit. Een Belgische kandidaat scant een vacature op herkenbare begrippen: maaltijdcheques, hospitalisatieverzekering, dertiende maand, extralegale voordelen. Staan die er niet in, dan voelt het aanbod incompleet — ook al klopt het loon op papier. Wie wél de juiste terminologie gebruikt, laat zien dat hij zich heeft geïnformeerd. Dat werkt enorm drempelverlagend, want je spreekt de taal die de werknemer kent.

En het werkt twee kanten op. Een Belgisch bedrijf dat in Nederland rekruteert en zwaait met maaltijdcheques, krijgt daar net zo goed vraagtekens terug: wat is dat eigenlijk, en wat moet ik daarmee?

De vijf pijlers: het begint niet bij het loon

Veel Nederlandse ondernemers denken dat het aannemen van een Belg start met een contract aanbieden en de loonadministratie opstarten. In de praktijk begint het daar net. Interfisc werkt met vijf pijlers, en het loon is daar maar een onderdeel van:

Het begint bij het arbeidsrecht — de arbeidsovereenkomst legt vast hoe werkgever en werknemer gaan samenwerken en wat beide partijen van elkaar mogen verwachten. Daarnaast spelen de sociale zekerheid, de loonbelasting en pas als vierde pijler de extralegale voordelen. Zowel in Nederland als in België is dat een wezenlijk deel van het pakket, alleen de manier waarop het bepaald wordt is in beide landen totaal anders.

Een belangrijk principe daarbij: het arbeidsrecht laat je een zekere vrijheid om te kiezen, maar de sociale zekerheid niet. Die ligt vast, bepaald door een Europese verordening, op basis van waar iemand effectief werkt. Het advies van Interfisc is dan ook helder: stem je arbeidsrecht af op de sociale zekerheid die van toepassing is. Doe je dat niet, dan loop je gegarandeerd tegen praktische problemen aan.

38 of 40 uur? Een klein cijfer met grote gevolgen

In Nederland staat in een arbeidsovereenkomst vaak gewoon 40 uur. In België is de wettelijke arbeidsduur 38 uur. Bied je een Belg een contract van 40 uur aan, dan zit je meteen met een probleem: die extra uren moeten gecompenseerd worden met inhaalrust — al snel zo'n twaalf extra rustdagen per jaar.

En dan is er de taal. Een Belgische kandidaat die vraagt of hij “inhaalrust” krijgt, kan een Nederlandse werkgever volledig laten vastlopen, simpelweg omdat die term daar niet bestaat. Het cliché dat Belgen minder werken? Misschien werken ze gewoon efficiënter. Maar het laat wel zien hoe een ogenschijnlijk detail in de werkuren direct tot misverstanden leidt.

Strakke regels versus polderen

Een rode draad door het gesprek: in België is de regelgeving strakker. Je weet daardoor veel beter wat je moet doen — maar er wordt ook sneller met het vingertje gewezen als je het fout doet. In Nederland overheerst de poldercultuur: meer overleg, meer flexibiliteit, meer ruimte voor “redelijkheid en billijkheid”.

Dat zie je terug bij de overheid. In Nederland kun je samenwerken met de Belastingdienst en krijg je bij een fout vaak eerst een waarschuwing. Belgische klanten kunnen zich daar nauwelijks iets bij voorstellen. In België leeft eerder het idee dat de fiscus iets móet vinden — sommige accountants raden zelfs aan om vooral iets te laten vinden, want wie zoekt, blijft graven tot er iets boven komt.

Diezelfde dynamiek zie je intern. In een klassiek, behoudsgezind Belgisch bedrijf respecteer je de hiërarchie en volg je de procedures; je leidinggevende overslaan kan zelfs een reden tot ontslag zijn. In Nederland wordt van je verwacht dat je meedenkt, en zijn de verhoudingen veel gelijkwaardiger. Voor een Belg die in een Nederlandse structuur terechtkomt, voelt die vrijheid soms ongemakkelijk: het houvast van duidelijke regels valt weg.

Ziekte: één doktersbriefje, twee werelden

Weinig onderwerpen maken het verschil zo concreet als ziekte, de minstens zo belangrijke vijfde pijler volgens de visie van Interfisc. Meldt een werknemer zich in België ziek, dan levert hij een doktersbriefje in waarop staat tot wanneer hij ziek is. Dat verschijnt netjes in de agenda. In Nederland werkt het anders: je bent ziek, en wanneer je weer beter bent bepaal je gaandeweg, samen met werkgever en eventueel de bedrijfsarts. Vooraf weet niemand hoe lang het duurt.

Het gevolg is een kleine Babylonische spraakverwarring: Belgische collega's vragen zich af waarom er geen einddatum in de agenda staat, terwijl die er voor de Nederlanders nooit is. Achter dat detail zit een fundamenteel verschil. In België zit er altijd een medisch deskundige tussen die vaststelt dat je ziek bent; in Nederland bepaal je dat aan het begin grotendeels zelf.

En de financiële kant is nog ingrijpender. In Nederland moet je een arbeidsongeschikte werknemer twee jaar doorbetalen — dat zit in het arbeidsrecht. In België is dat voor een bediende ongeveer één maand, waarna de sociale zekerheid het overneemt via een uitkering van het ziekenfonds. Een Belg een Nederlands contract aanbieden met “twee jaar doorbetaling” erin klinkt genereus, maar leidt in de praktijk meteen tot complicaties.

De bedrijfswagen: status, kosten en cultuur in één

Misschien wel het meest sprekende voorbeeld is de auto van de zaak. In België is een wagen ter beschikking stellen vaak goedkoper dan extra brutoloon betalen, omdat de auto de werkgever veel minder kost dan extra bruto loon. In Nederland werkt de bijtelling juist ontmoedigend, waardoor een zeer dure bedrijfswagen lang niet altijd interessant is voor de werknemer.

Het gevolg: met hetzelfde leasebudget rijdt een Belg doorgaans in een grotere of duurdere wagen dan zijn Nederlandse collega. Wil je dat helemaal gelijktrekken, dan kom je in eindeloze discussies terecht — over modellen, over budgetten, en al snel ook over zaken als doorbetaling bij ziekte, die nu eenmaal verschillen.

En dan is er nog de status. Eric vertelt over een Belgische manager die echt overstuur was met een tijdelijke Opel Zafira als wachtwagen: de buren zouden op de oprit denken dat het slecht met hem ging. En Birgit kent een Belgische advocaat die niet met een gewone Golf durfde — cliënten zouden twijfelen aan zijn kwaliteiten. In Nederland is de reflex vaak omgekeerd: rijdt iemand in een dure Mercedes, dan vermoedt men juist te hoge overheadkosten. Dezelfde auto, een totaal andere boodschap.

Sociale zekerheid: waar je “je handjes laat wapperen”

Een terugkerende vraag: als een Belg voor een Nederlands bedrijf werkt, waar is hij dan sociaal verzekerd? Het antwoord hangt af van waar hij effectief werkt, niet van waar de werkgever zit.

Werkt iemand elke dag fysiek over de grens — denk aan wonen in Hoogstraten, werken in Breda — dan geldt het land waar hij werkt. Werkt iemand 100% van thuis, dan is het zijn woonland. En bij hybride werk komt de 25%-regel om de hoek: werk je 25% of meer in je woonland, dan ben je daar sociaal verzekerd. Op die regel bestaan dan weer uitzonderingen, wat maar onderstreept hoe belangrijk een goede analyse vooraf is.

Het advies van Interfisc is daarbij vooral menselijk: laat een Belg die in België oud wil worden en daar zijn pensioen wil opbouwen, zoveel mogelijk in België sociaal verzekerd blijven. Van sociaal stelsel veranderen raakt immers je pensioen en je werkloosheid — dat is geen detail.

Neem je een Belg aan, of laat je iemand verhuizen?

Wil een Nederlands bedrijf zijn product in België op de markt brengen, dan is het advies onomwonden: neem een Belg aan. Niet alleen omdat die de cultuurverschillen aanvoelt, maar omdat hij bij een Belgisch bedrijf op een heel andere manier binnenkomt dan een Nederlander die meteen resultaatgericht een deal wil sluiten. De slaagkans ligt simpelweg hoger — op voorwaarde dat je die Belg ook goed meeneemt in je eigen organisatie.

Bij een IT-consultant ligt dat anders; die opent overal zijn laptop. Maar zelfs dan blijft verhuizen, en dus van sociaal stelsel veranderen, een ingrijpende stap waar je weerstand op kunt verwachten.

Interessant detail: een Nederlands bedrijf dat zijn eerste werknemer in België aanneemt, krijgt daar vaak een stevige korting op. Andersom bestaat zo'n regeling niet. En in bepaalde Belgische regio's — denk aan plekken die getroffen zijn door bedrijfssluitingen zoals Ford Genk of Renault Vilvoorde — zijn er extra subsidies. Dat soort steun is in Nederland veel beperkter en moeilijker te vinden; daar ligt de focus eerder op innovatie en duurzaamheid.

Wie is nu het “duurst”? De verkeerde vraag

Is een Belg of een Nederlander duurder om aan te nemen? Volgens Katja en Birgit is dat appelen met peren vergelijken. Puur naar de loonkost gekeken is een Belg vaak duurder, maar het verschil is kleiner dan je denkt zodra je in Nederland alle bijkomende verplichtingen meerekent.

De échte vraag is wat het je oplevert. Een bescheiden Belg die in Nederland overal voorzichtig binnenkomt, wordt daar misschien niet ten volle gewaardeerd. Een Nederlander die in België meteen op resultaat en de deal stuurt, evenmin. Niet de loonstrook bepaalt de waarde, maar de match tussen mens, markt en aanpak.

Twee analyses, één loonstrook

Wat het zo complex maakt: in België zijn sociale zekerheid en fiscaliteit volledig gescheiden, terwijl Nederland juist veel moeite heeft gedaan om die samen te brengen en te vereenvoudigen. Zodra er een buitenlands aspect bijkomt, moet je alles weer uit elkaar rafelen en twee analyses uitvoeren — één voor de belasting, één voor de sociale zekerheid — die uiteindelijk allebei op diezelfde loonstrook moeten landen.

Daar komen de praktische rariteiten bij. Een Belgisch bedrijf dat zijn Nederlandse medewerker een auto wil geven, kan die leasen maar niet kopen, want een kenteken krijgen lukt niet. In België moet de werkgever ook fiscale gegevens uitvragen — kinderen ten laste, een partner — wat Nederlanders al snel als een inbreuk op de privésfeer ervaren, maar wat nodig is om het loon correct te berekenen.

Eerst bezinnen, dan beginnen

De cirkel is rond. Het begon met die vacature waar niemand op reageerde, en het eindigt bij datzelfde risico op een ander moment: stel dat de juiste kandidaat zich tóch meldt en een prima match blijkt, maar het haakt af op het contractvoorstel omdat de zaken uit deze podcast niet op orde zijn. Dan loopt die match alsnog weg en sta je weer op nul.

De boodschap van Katja en Birgit is dan ook eenvoudig: bezint eer ge begint. Analyseer de situatie grondig vóór je een aanbod neerlegt, kijk niet alleen naar bruto en netto maar naar het hele plaatje, en zorg dat je vacaturetekst de juiste taal spreekt. Wie die drempel eenmaal over is, plukt er de vruchten van. Want zodra Belgen en Nederlanders openstaan voor elkaar — de Belg die wat zelfverzekerdheid leert, de Nederlander die rechttoe rechtaan blijft zonder bot te worden — wordt het een én-én verhaal in plaats van een of-of. En dat is precies wat elke onderneming wil: groeien in het andere land.

Personeel aannemen over de grens?

Laat je vóór je een aanbod neerlegt goed informeren over arbeidsrecht, sociale zekerheid en loonkost aan beide kanten van de grens. Als BE-NL Connect-lid heb je extra voordelen bij specialisten zoals Interfisc.

Ontdek onze kennisbegeleiders
De 5 grootste marketinguitdagingen van onze klanten in België

De 5 grootste marketinguitdagingen van onze klanten in België

 

Op dinsdag 10 februari verzamelden 16 leden van BE-NL Connect, de Business Club voor Nederlandse en Belgische bedrijven die over de BE-NL grens heen zaken willen doen, voor de allereerste Round Table.
Deze Round Table was exclusief voorbehouden voor klanten van Vraaghetdebelg.nl, die de ‘founding members’ vormen van BE-NL Connect.

Hoe kunnen we nog betere marketing gaan voeren vanuit Nederland voor België?

Vraaghetdebelg.nl, de organisatoren van BE-NL Connect nodigden de leden uit om samen te sparren over de marketing uitdagingen die Nederlandse bedrijven hebben in België.

Op het programma stonden volgende uitdagingen te wachten:

  1. De top 5 flops en top 5 tops van Nederlandse bedrijven in België met feedback deelnemers
  2. Klant case Mogelijk: steile groei in België op 1 jaar tijd
  3. Tafeldiscussie over de uitdagingen van de deelnemers

Maar liefst 16 A-merken en groeibedrijven waren aanwezig om samen te sparren over groei in België.

Top 5 flops en top 5 tops van Nederlandse bedrijven in België

Uit de vele audits die vraaghetdebelg.nl de voorbije jaren heeft uitgevoerd hebben we de 5 markantste fouten en de 5 beste zaken uitgehaald en gepresenteerd in een quiz-vorm.   Deelnemers konden met kaartjes telkens het juiste antwoord raden en bij elke vraag ook hun eigen ervaringen en hun mening geven.   Zo ontstond telkens een levende discussie.

  1. De meest flagrante fout van Nederlandse bedrijven in communicatie met Belgen is een te grote focus op korting waardoor eigen expertise wordt ondergesneeuwd.
  2. Uitpakken met de status van ‘snelst groeiende retailgroothandel’ kan verkeerd uitpakken omdat Belgen snelle groei associëren met groeipijnen en kwaliteitsverlies.
  3. Een grote sterkte uit de audits van Evolar en Kamera Express Rental (Budget Cam) is de interactieve keuzehulp op de categoriepagina’s. In het algemeen zijn categoriepagina’s bij de meeste bedrijven eenheidsworst en zie je door de vele zelfde afbeeldingen niet meer de voordelen van elk product afzonderlijk.
  4. Een kritisch werkpunt bij vele bedrijven (en bij 2 leden in het bijzonder) zijn het claimen van holle slogan’s zonder bewijskracht. Wij zijn de besten moet je ook onderbouwen met de waarom.
  5. Een sterk punt om de persoonlijke aanpak van Saniweb te promoten is onder andere het afbeelden van de medewerker die daadwerkelijk de telefoon opneemt. Persoonlijk contact en real life mensen geven veel meer vertrouwen.
  6. Een veel voorkomende fout bij vele Nederlandse webshops is dat SEO-teksten op categorie en productpagina’s weggestopt worden onderaan de pagina. Ideaal voor SEO maar dodelijk voor de conversie.  Een Belg leest die teksten namelijk WEL graag zodat hij alle info heeft vooraf! Iemand riep zelfs ‘dat niemand die shit leest behalve Google’, maar helaas lezen de Belgen dat wel graag!
  7. Het tonen van duurzaamheid en ‘purpose’ is een België een positief punt zoals Green Giving en 4 Blue doen. Belgen kijken niet alleen naar prijs, maar dit punt zorgt ook voor emotionele verbinding en een hoge gunfactor.
  8. Het vragen van teveel informatie bij de eerste aankoop zorgt voor een hogere drempel bij de conversie. Vraag de noodzakelijkste zaken en handel alle andere info achteraf af.
  9. Sawadee Reizen heeft als sterkste punt in hun Google ads dat ze hun meerwaarde als reisorganisatie tonen ipv enkel te spreken over hoge korting.
  10. Holland Gold gebruikt een baseline die perfect aansluit bij de behoefte van de Belg: Voor de zekerheid van morgen. Zekerheid is de grootste troef voor een Belg te laten converteren.

Mogelijk groeit zeer sterk op 1 jaar tijd in België.

Eind 2024 startte Mogelijk hun financiële activiteiten op in België.  Zij namen meteen 1 Belg in dienst die de activiteiten kon uitbouwen, met de hulp van de Nederlandse collega’s, een Belgisch agency en Vraaghetdebelg.nl.

Grote troef dat Mogelijk meteen een kick-start gaf, was dat ze heel veel waarde hechten aan de input en kennis van de Belgische medewerker, het agency en wij van Vraaghetdebelg.nl.   Alhoewel hier en daar nog wel wat extra overleg nodig was, deed Mogelijk wat het moest doen: vertrouwen winnen van de Belgische ondernemer door zichtbaar aanwezig te zijn.

Hun grootste troef riepen ze ook niet te hard uit: Meer dan 2,1 miljard gefinancieerd in Nederland.   Waar Nederlandse nogal snel roepen dat ze de beste zijn, deed Mogelijk dat zeer genuanceerd.

Bovendien deden zij aan een zeer goede online en offline communicatiemix: Direct Mailings, online banners en advertenties maar ook fysieke events, al dan niet in samenwerking met ondernemersverenigingen.  Veel Nederlandse bedrijven blijven hangen in het online luik en schieten zo hun doel in België voorbij.

Vandaag heeft Mogelijk 5 medewerkers en breiden zij snel uit tot 7 medewerkers.  Niet als investering, maar als noodzaak om de vele ‘cases’ te kunnen behandelen.

Tafeldiscussie over de uitdagingen van de deelnemers

Als afsluiter hielden we een tafeldiscussie over prangende vragen en uitdagingen van de deelnemers.  We bespraken volgende topics die gedurende meer dan een uur spontaan naar boven kwamen bij de discussie:

  • Techniek en Content: Het Shopify-Dilemma
    De discussie bracht verschillende niet-technische workarounds voor het feit dat je met Shopify niet kan segmenteren op Vlaanderen apart.
  • Branding versus korting: de waarde focus
    Verschillende deelnemers gaven tips hoe ze gestopt zijn met korting te geven of korting op een waardevollere manier inzetten. Focus op het sterker maken van het merk levert hogere AOV op.
  • Media-inkoop: hoe kunnen we de duurdere prijzen in België laag houden?
    Media in België is een pak duurder dan in Nederland. Dat komt omdat er slechts 2 grote spelers zijn (Mediahuis en DPG Media).  Op radio heb je ook nog de VAR (nationale omroep).  Kleiner land betekent dus niet kleinere prijzen.   Naast tips om toch de prijs lager te krijgen werd er ook gedeeld hoe je extra media kan verkrijgen bij package-deals en lang op voorhand inboeken.
  • Team-focus en Klantenservice
    De grootste discussie was hoe de marketingteams de focus op België kunnen behouden. Al te vaak gaan de teams verder in de dagelijkse deadlines en kijken niet om naar de extra waarde die je uit België kan halen.  Er werden discussies gehouden over aannemen van een Belgische medewerker, een Belgisch agency, freelancers of dat Vraaghetdebelg.nl verder mee opvolgt tot zolang de medewerkers zelfstandig België kunnen oppakken.

Ook de vraag of klantendienstmedewerkers echte Belgen moeten zijn, kwam ter sprake.  Nederlandse medewerkers kunnen zeker getraind worden, zeker als het moeilijk is om Belgen te vinden.


Over BE-NL Connect

BE-NL Connect is de Business Club voor Nederlandse bedrijven die zaken doen in België en Belgische bedrijven in Nederland.

Met meer dan 70 leden die allen A-merken of groeibedrijven zijn, vormen zij een sterke community die kennis opdoen, kennis delen en elkaar en partners verbinden hoog in het vaandel dragen.
Round Tables, vele webinars en kennisevenementen maken dat mogelijk.

BE-NL Connect is voorbehouden aan klanten van vraaghetdebelg.nl maar ook andere groeibedrijven zijn welkom.   BE-NL Connect is wel voorbehouden aan middelgrote tot grote bedrijven.

Ontdek hier meer info over BE-NL Connect

 

Waarom samenwerking tussen Belgen en Nederlanders altijd op gespannen voet zal verlopen (als je deze blog niet leest)

Waarom samenwerking tussen Belgen en Nederlanders altijd op gespannen voet zal verlopen (als je deze blog niet leest)

Het is niet wat je gezegd hebt, maar wel de manier waarop.

 

Wie in Belgisch-Nederlandse teams werkt, herkent het meteen. Vergaderingen die moeizaam lopen. Beslissingen die volgens de ene te traag gaan en volgens de andere veel te snel. Collega’s die elkaar verkeerd inschatten, zonder precies te weten waarom. Een afspraak bleek dan toch niet echt een afspraak te zijn. Vreemd.

Eric en Steven van Vraaghetdebelg.nl dieper in op die dagelijkse realiteit. Over samenwerken tussen Belgen en Nederlanders, en over hoe verschillen in communicatie, overtuigen en vertrouwen op de werkvloer kunnen uitgroeien tot frustratie of net tot betere samenwerking, als je ze begrijpt. Bekijk en beluister hun hele verhaal in de podcast, of lees verder in deze blog onder de video.

Direct versus “we zien wel”

Het cliché is bekend: Nederlanders zijn direct, Belgen indirect. En op de werkvloer wordt dat cultuurverschil pas echt concreet: in elke meeting, elke mail en elke beslissing.

Nederlanders zeggen meestal meteen wat ze denken. Kort, duidelijk, zonder veel omwegen. Dat is efficiënt en tijdsbesparend, maar kan voor Belgische collega’s hard of bot overkomen.

Belgen communiceren voorzichtiger. Ze denken eerst na, wegen hun woorden en houden rekening met hoe iets kan landen bij de ander. Niet omdat ze geen mening hebben, maar omdat ze niemand voor het hoofd willen stoten.

Dat verschil zorgt vaak voor misverstanden. Nederlanders vragen zich af waarom Belgen niet gewoon zeggen wat ze willen. Belgen haken af omdat ze het gevoel hebben dat alles al beslist is voor ze iets kunnen inbrengen.

Vergaderingen: wie praat wanneer… en waar?

In teams met zowel Nederlanders als Belgen zie je dit vooral in vergaderingen. Nederlanders nemen snel het woord en formuleren hun standpunt meteen. Belgen luisteren eerst, denken na en zoeken het juiste moment om iets te zeggen.

Alleen komt dat moment vaak pas na de vergadering.

In België gebeurt er veel in de wandelgangen. Aan de koffiemachine. Tijdens de lunch. Of ’s avonds nog even snel. Dingen worden daar voor- en nabesproken, afgestemd, bijgestuurd.

In Nederland verwacht men net dat alles in de meeting gebeurt. Daar wordt het gezegd, daar wordt het beslist.

Dat verschil zorgt voor verwarring. Nederlanders denken dat iedereen akkoord is omdat niemand iets zegt. Belgen denken dat het gesprek nog moet komen, terwijl het voor de Nederlanders al afgerond is.

Overtuigen: eerst doen of eerst begrijpen?

Ook wanneer collega’s elkaar proberen te overtuigen, lopen België en Nederland niet gelijk.

Nederlanders vertrekken snel vanuit de praktijk. Ze zien iets werken, zien cijfers of resultaat, en willen vooruit.
“Dit werkt, laten we het doen.”

Belgen willen eerst begrijpen waarom iets werkt. Ze zoeken onderbouwing, vergelijken met eerdere cases en willen zeker zijn dat de redenering klopt.
“Ik wil eerst weten of dit logisch is.”

Dat zie je overal terug: in projecten, in marketing, in IT, in HR. Wat voor de ene daadkracht is, voelt voor de andere overhaast. Wat voor de ene grondigheid is, lijkt voor de andere tijdverlies.

Het gevolg? Nederlanders vinden dat Belgen blijven hangen in overleg. Belgen vinden dat Nederlanders te snel beslissen.

Wie mag hier eigenlijk beslissen?

Een belangrijk, maar vaak onuitgesproken verschil zit in verantwoordelijkheid nemen.

In Nederland geldt vaak:

“Dit is jouw domein, dus jij beslist.”

Wie ergens verantwoordelijk voor is, krijgt ook de vrijheid om knopen door te hakken. Leeftijd of titel spelen minder een rol dan expertise.

In België ligt dat anders. Daar wordt verantwoordelijkheid sneller naar boven doorgeschoven. Beslissingen worden afgetoetst, teruggekoppeld en opnieuw besproken. Niet uit onzekerheid, maar uit voorzichtigheid.

Dat leidt soms tot wederzijds onbegrip. Nederlanders denken dat Belgen geen initiatief nemen. Belgen ervaren Nederlanders als mensen die “zomaar beslissen” zonder voldoende draagvlak.

Vertrouwen: rol of relatie?

Een van de grootste verschillen zit in hoe vertrouwen ontstaat.

In Nederland is vertrouwen sterk functiegericht. Iemand heeft een bepaalde rol of expertise, dus men gaat ervan uit dat die persoon weet wat hij of zij doet. Nieuwe collega’s krijgen snel verantwoordelijkheid en autonomie.

In België is vertrouwen relationeler. Het groeit door samenwerking, informele gesprekken en tijd. Eerst leren kennen, dan vertrouwen. Daarom duren onboardingtrajecten vaak langer en worden beslissingen minder snel volledig losgelaten.

Geen van beide is beter of slechter, maar het verschil is groot. En wie dat verschil niet ziet, trekt al snel verkeerde conclusies over de ander.

Waarom het zo snel persoonlijk wordt

Wat deze verschillen zo verraderlijk maakt, is dat ze vaak persoonlijk worden geïnterpreteerd.

De Nederlander wordt gezien als bot of arrogant.
De Belg als traag of besluiteloos.

In werkelijkheid gaat het zelden over karakter. Het gaat over verwachtingen die niet uitgesproken worden. Over manieren van werken die zo vanzelfsprekend voelen dat men vergeet dat ze niet universeel zijn.

Beter samenwerken begint bij elkaar begrijpen

Sterke Belgisch-Nederlandse teams proberen elkaar niet te veranderen, maar leren afstemmen.

Nederlanders die iets meer context geven bij hun directheid.
Belgen die duidelijker benoemen wat ze nodig hebben.
Teams die ruimte laten voor zowel snelheid als onderbouwing.
En organisaties die beseffen dat niet iedereen op dezelfde manier beslissingen neemt.

Wanneer dat lukt, verdwijnen veel frustraties vanzelf. En wat eerst een barst leek op de werkvloer, wordt plots een brug.

Sales in België: waarom Belgische klanten moeilijk te winnen zijn (maar extreem loyaal blijven)

Sales in België: waarom Belgische klanten moeilijk te winnen zijn (maar extreem loyaal blijven)

Nederlandse verkopers die voor het eerst de Belgische markt betreden, lopen vaak tegen hetzelfde aan.

De prijs klopt, het product is goed, de offerte is scherp  en toch komt de deal er niet. In deze blog leggen Eric Lippens en Steven Troch van Vraaghetdebelg.nl uit waarom dat geen toeval is.

Belgen kopen gewoon anders dan Nederlanders. En als je dat onderschat dan haakt je Belgische prospect gewoon af. Of zoals het zo mooi wordt samengevat in deze blog:

het kost veel moeite om een Belg als klant te winnen, maar nóg meer moeite om hem weer kwijt te raken.

In deze blog geven Eric en Steven drie cruciale must-do’s  mee aan Nederlandse salesprofessionals om succesvol te verkopen in België. Wil je liever het volledige gesprek zien? Bekijk dan deze video:

1. Relatie gaat vóór resultaat

Waar Nederlandse verkopers sterk sturen op prijs, snelheid en efficiëntie, draait het in België om vertrouwen en gunfactor. Een Belg doet liever zaken met iemand waarmee het klikt dan met de goedkoopste aanbieder.

Een klein prijsverschil? Dan wint degene die heeft geluisterd, interesse heeft getoond en de relatie serieus neemt. Belgische klanten willen voelen dat ze méér zijn dan een target.

Nederlandse salesmensen gaan hier vaak de mist in door:

  • te snel te willen closen;
  • te direct te communiceren;
  • vooral over zichzelf en hun product te praten.

In België werkt dat averechts. Relatieopbouw kost tijd, maar betaalt zich terug in loyaliteit. Eenmaal klant, blijft een Belg vaak jarenlang trouw  en vaak ook met hogere orderwaarden.

De zakenlunch: wel belangrijk, maar niet zoals Nederlanders denken

In de podcast staan Eric en Steven uitgebreid stil bij een klassiek misverstand: de zakenlunch. Veel Nederlandse verkopers denken dat een lunch het ideale moment is om snel tot zaken te komen. In België is dat net niet de bedoeling.

Een lunch komt meestal pas helemaal op het einde van het verkoopproces, niet na het eerste of tweede contact. En wie tijdens zo’n lunch meteen over prijzen, offertes of deals begint, slaat de plank volledig mis.

Tijdens een Belgische zakenlunch gaat het over:

  • koetjes en kalfjes;
  • gezin, hobby’s en vakantie;
  • gedeelde interesses;

Niet over het product. Niet over de deal.

Je toont hier dat je een mens van vlees en bloed bent. Dat creëert sympathie en net die sympathie vormt de basis voor vertrouwen.

Kleine gebaren, grote impact

Relatieopbouw zit vaak in kleine dingen. Steven deelt in de podcast een persoonlijk voorbeeld. Als liefhebber van Belgische stripverhalen kreeg hij ooit gratis tickets van zijn telecomprovider voor de musical van Kuifje. Ind jaren nadien kreeg hij meermaals goedkopere aanbiedingen van andere providers, maar hij bleef trouw.

Niet omdat het rationeel de beste keuze was, maar omdat de relatie goed voelde. Er was geschiedenis. En die gooi je in België niet zomaar weg voor een paar euro verschil.

Diezelfde logica zie je terug in sales: een uitnodiging voor een wedstrijd, een babbeltje onderweg naar het stadion, samen iets drinken zonder agenda. Het gaat niet om het voetbal, het diner of het evenement. Het gaat om de herinnering en de band die je opbouwt.

En precies dát verklaart waarom Belgische beslissingen vaak anders lopen dan Nederlandse. Niet sneller, niet efficiënter, maar wel relationeler.

2. Productkennis is geen bijzaak

Belgische klanten stellen meer vragen, twijfelen langer en willen scenario’s begrijpen. Niet alleen wat een product doet, maar vooral hoe, waarom en wat als.

Een veelgemaakte fout van Nederlandse verkopers is denken dat details later wel volgen. Via een test, een offerte of dat de binnendienst die wel zal beantwoorden. In België werkt dat niet. Een Belg stelt standaard al heel veel vragen die echt in detail gaan. Als je tijdens het eerste gesprek die vragen niet kunt beantwoorden, dan geef je het vertrouwen van die Belg een echte klap. Het gevolg? De kans dat je zal overgaan tot een verkoop wordt extreem klein.

Belgische prospects verwachten dat je:

  • hun sector kent;
  • hun context begrijpt;
  • voorbereid bent op detailvragen.

Een verkoper die zeven keer moet zeggen “daar kom ik op terug”, verliest geloofwaardigheid. Niet omdat hij onkundig is, maar omdat de Belg zekerheid zoekt voor hij een volgende stap zet.

3. Opvolging kan je deal maken of breken

Zelfs wanneer relatie en productkennis goed zitten, gaat het nog vaak mis in de opvolging. Met name bij offertes.

Zo halen Eric en Steven in de podcast het voorbeeld aan van een Belg die een warme mail stuurt na een prettig gesprek gesprek met de salespersoon van een potentiële nieuwe leverancier. De mail bulkt wan de waardering, persoonlijkheid en enthousiasme. Toch krijgt hij droog een mail terug van de binnendienst, met de mededeling: “Hierbij de offerte in bijlage.”

Voor een Belg voelt dat als een koude douche. Hij zal denken: “Ik dacht dat we iets gingen opbouwen, maar je laat me al in de steek voor we in zee gaan”. En hopla: je kans op een verkoop is verdwenen.

Succesvolle opvolging in België betekent:

  • Zoveel mogelijk zelf opvolgen. De Belg wil een relatie met jou;
  • persoonlijk blijven communiceren;

Het gaat niet om micromanagement, maar om betrokkenheid. Belgische klanten willen weten dat ze op je kunnen terugvallen als er iets misloopt.

Waarom dit alles de moeite waard is in je salesaanpak?

Belgen nemen meer tijd om te beslissen, maar compenseren dat met:

  • hogere loyaliteit;
  • langere klantrelaties;
  • hogere gemiddelde omzet per klant.

Veel Nederlandse verkopers haken te snel af. Na twee of drie gesprekken concluderen ze dat “België niet werkt”. Terwijl juist volhouden, investeren in relatie en aanpassen aan de Belgische cultuur het verschil maken.

We herhalen nogmaal graag hoe het in de podcast treffend wordt gezegd:

het kost veel moeite om een Belg als klant te winnen, maar nog meer moeite om hem weer kwijt te raken.

Conclusie

Wie succesvol wil verkopen in België, moet stoppen met verkopen op de Nederlandse manier. Minder focus op snelheid en efficiency, meer aandacht voor vertrouwen, inhoud en opvolging.

De drie must-do’s zijn helder:

  • Bouw eerst een relatie.
  • Beheers je product tot in detail.
  • Zorg voor warme, persoonlijke opvolging 

Doe je dat goed, dan is België geen moeilijke markt, maar een uiterst waardevolle.

Wil je meer praktische voorbeelden en verdieping? Luister dan zeker de podcastaflevering met Eric Lippens en Steven Troch van Vraaghetdebelg.nl.

Zakendoen in België. Waarom Nicole Schoutens leerde luisteren naar “wat er niet gezegd wordt” in België.

Zakendoen in België. Waarom Nicole Schoutens leerde luisteren naar “wat er niet gezegd wordt” in België.

Elf jaar actief op de Belgische markt, waarvan acht jaar letterlijk wonend en werkend in België: Nicole Schoutens weet als geen ander hoe groot de cultuurverschillen zijn tussen Nederland en België. Als Nederlandse vertegenwoordiger van Koersmix bouwde zij stap voor stap een succesvol netwerk op in Vlaanderen. Niet door hard te verkopen, maar door te luisteren, aanwezig te zijn en relaties te laten groeien.

Bekijk hier de volledige podcastaflevering met Nicole Schoutens of
ontdek belangrijkste inzichten uit het gesprek in deze blog.

Van Nederland naar België: wonen, werken en observeren

Nicole woont doorheen de week in België en keert in het weekend terug naar Nederland. Dat alleen al geeft haar een uniek perspectief. Wat haar vanaf het begin opviel, is de rust en gemoedelijkheid in het dagelijkse Belgische leven. In winkels, bij de bakker of op straat: mensen wachten hun beurt af, praten zachter en laten elkaar uitspreken.

In vergelijking met Nederland ervaart Nicole Belgen als minder aanwezig. Waar Nederlanders sneller luid en direct zijn, zijn Belgen volgens haar bescheidener en meer op harmonie gericht. Dat verschil lijkt klein, maar werkt door in vrijwel elk aspect van samenwerken en zakendoen.

Recht voor z’n raap versus tussen de regels lezen

Een belangrijk contrast dat Nicole benoemt, is communicatie. Nederlanders staan bekend om hun directheid: “recht voor de raap”, soms confronterend, maar wel duidelijk. Je weet waar je aan toe bent.

In België ligt dat anders. Interesse wordt niet altijd expliciet uitgesproken. Een gesprek kan vriendelijk en positief aanvoelen, terwijl er achteraf toch geen vervolg komt. Dat betekent niet dat de Belg onoprecht is, maar dat communicatie subtieler verloopt.

Nicole leerde door de jaren heen om niet alleen te luisteren naar wat er gezegd wordt, maar vooral naar wat niet gezegd wordt. Lichaamstaal, stiltes en nuance spelen daarin een grote rol. Voor veel Nederlanders is dat wennen — en precies daar gaat het vaak mis.

Koersmix in België: adviseren in plaats van verkopen

Koersmix levert halfverharding voor wandel- en fietspaden, vooral in de openbare ruimte. Nicole werkt met gemeenten, studiebureaus, aannemers en groendiensten. In al die contacten kiest ze bewust niet voor een klassieke salesaanpak.

Haar insteek is helder: geen verkoper, maar adviseur.

Ze legt uit waar het product wel geschikt voor is — en net zo eerlijk waar niet. Soms betekent dat ook zeggen dat Koersmix geen goede oplossing is voor een bepaald project. Juist die eerlijkheid blijkt in België vertrouwen te creëren.

In plaats van snelle offertes en strakke targets investeert Nicole in:

  • presentaties bij studiebureaus
  • herhaald, persoonlijk contact
  • samen ter plaatse gaan kijken
  • meedenken over fundering, onderhoud en context

De verkoop volgt dan vanzelf, vaak pas maanden later.

Geduld als strategische keuze

Een terugkerend thema in het gesprek is geduld. Nicole benadrukt dat België tijd vraagt. Tijd om naamsbekendheid op te bouwen, tijd om relaties te laten groeien en tijd om vertrouwen te winnen.

Waar een Nederlander soms na een week al wil opvolgen, wacht Nicole gerust drie maanden voordat ze informeert naar de status van een offerte. Niet uit desinteresse, maar uit respect voor het proces — zeker bij aanbestedingen en publieke projecten.

Volgens haar werkt pushen averechts. België draait om langdurige contacten, niet om snelle contracten.

Kleine woorden, grote gevolgen

Een van de meest sprekende voorbeelden uit het gesprek gaat over taal. Koersmix werkt met “schone gerecyclede materialen”. In Nederland is dat duidelijk. In België bleek “schoon” iets heel anders te betekenen: mooi, niet proper.

Het gevolg? Het product werd verkeerd geïnterpreteerd als afvalmateriaal.

Nicole moest intern in Nederland uitleggen hoe groot het effect van zo’n ogenschijnlijk klein woord kan zijn. Documentatie, website, bestekteksten — alles moest aangepast worden aan de Belgische context. Het onderstreept haar punt: we spreken dezelfde taal, maar we begrijpen elkaar niet automatisch.

Aanwezig zijn op de juiste momenten

Nicole benadrukt hoe belangrijk fysieke aanwezigheid is in België. Netwerken gebeurt niet alleen overdag, maar juist ’s avonds: recepties, walking dinners, beursborrels na sluitingstijd.

Waar in Nederland iedereen na vijf uur naar huis gaat, begint in België vaak dan pas het echte contact. Wie daar niet voor openstaat, mist cruciale momenten om relaties te verdiepen.

Ook op beurzen pakte Koersmix het anders aan. In plaats van bezoekers actief aan te spreken, bleven ze bewust achter de balie staan. Het resultaat: onverwacht veel geïnteresseerden die zelf het gesprek aangingen.

De 2–0 achterstand van Nederlanders

Nicole bevestigt wat veel Nederlandse ondernemers ervaren: als Nederlander start je in België vaak met een achterstand. Een Nederlandse nummerplaat, een Nederlands telefoonnummer of een Nederlandse btw-structuur kan al een drempel zijn.

Pas toen Koersmix een Belgische entiteit oprichtte — met een Belgisch btw-nummer, telefoonnummer en lokale aanwezigheid — verdween die barrière grotendeels. Het signaal was duidelijk: we zijn hier, we nemen België serieus.

De essentie volgens Nicole Schoutens

Aan het einde van het gesprek vat Nicole haar belangrijkste lessen samen:

  • Bouw aan langdurige relaties, niet aan snelle deals
  • Heb geduld en wees consequent aanwezig
  • Luister beter dan je praat
  • Wees eerlijk in je advies, ook als dat verkoop kost
  • Vermijd borstklopperij en overdreven claims
  • Pas taal, communicatie en gedrag aan de Belgische context aan

Of zoals zij het zelf zegt: België vraagt geen hardere sales, maar meer aandacht, nuance en respect.

Voor Nederlandse bedrijven die succesvol willen zijn in België is haar verhaal een duidelijke boodschap: wie bereid is zich aan te passen, kan er duurzaam bouwen aan vertrouwen en succes.

Uitbreiden naar België: wat Nederlandse ondernemers kunnen leren van Table du Sud

Uitbreiden naar België: wat Nederlandse ondernemers kunnen leren van Table du Sud

De impact van cultuurverschillen op uitbreiding van Nederland naar België.

Zakendoen in België lijkt voor veel Nederlandse ondernemers een logische volgende stap. De afstand is klein, de taal grotendeels hetzelfde en de markten ogen vergelijkbaar. Toch blijkt in de praktijk dat ondernemen in België helemaal anders werkt dan in Nederland. Die cultuurverschillen tussen België en Nederland bepalen vaak het succes of falen van een marktuitbreiding.

In de podcastaflevering met Martijn Mulder van Table du Sud wordt dit verschil concreet gemaakt. Bekijk en beluister het volledige verhaal in deze podcastaflevering of ontdek de belangrijkste aandachtspunten in deze blog.

De realiteit van zakendoen in België voor Nederlandse ondernemers

Veel Nederlandse bedrijven benaderen België als een verlengstuk van de thuismarkt. Dat lijkt logisch, maar is een misvatting. Belgische klanten stellen andere eisen, hanteren een ander tempo en hechten meer waarde aan relatie en vertrouwen.

Table du Sud ontdekte al snel dat een Nederlandse aanpak — snel schakelen, direct communiceren en scherp onderhandelen — niet automatisch aanslaat. In België wordt zakendoen minder transactioneel beleefd. Het draait om geloofwaardigheid, consistentie en het gevoel dat een bedrijf er is om te blijven.

Cultuurverschillen tussen België en Nederland in de praktijk

Hoewel België en Nederland cultureel dichtbij elkaar liggen, zijn de zakelijke verschillen groot. Waar Nederlanders vaak focussen op efficiëntie en resultaat, hechten Belgen meer belang aan proces, overleg en nuance.

Voor Table du Sud betekende dit dat zij hun commerciële aanpak moesten herbekijken. Om beter aan te sluiten bij de verwachtingen van de Belgische consument.

Ambacht en geloofwaardigheid in de Belgische zakelijke cultuur

Een opvallend verschil is de waarde die Belgische klanten hechten aan ambacht en herkomst. Waar in Nederland het verhaal vaak ondersteunend is aan het product, is het in België een essentieel onderdeel van de propositie.

Table du Sud positioneert zich nadrukkelijk als een merk dat staat voor vakmanschap, maatwerk en duurzame materialen. In België werkt dat alleen als het authentiek is. Belgische klanten prikken snel door marketingtaal heen en waarderen bedrijven die laten zien wat ze doen en waarom ze dat doen.

 

Vertrouwen opbouwen bij Belgische klanten kost tijd

 

Een ander belangrijk inzicht uit de podcast is het belang van vertrouwen. In België ontstaat vertrouwen niet tijdens een eerste gesprek of pitch, maar door herhaald contact en zichtbare betrokkenheid.

Table du Sud investeerde bewust in fysieke aanwezigheid, lokale medewerkers en langdurige relaties. Die aanpak vraagt tijd en geduld, maar levert uiteindelijk loyaliteit en stabiliteit op. Belgische klanten doen liever zaken met een partner die ze kennen dan met de partij die het scherpste voorstel heeft.

 

Ondernemen in België vraagt om een ander tempo van beslissen

Nederlandse ondernemers ervaren het besluitvormingsproces in België soms als traag. In werkelijkheid is het vooral zorgvuldiger. Beslissingen worden genomen na overleg, afstemming en interne consensus.

Table du Sud leerde dat druk zetten of forceren contraproductief werkt. Wie succesvol wil zakendoen in België, moet ruimte laten voor dit proces en het tempo respecteren. Geduld wordt echt wel vaak beloond in België.

Waarom Nederlandse bedrijven België niet als ‘Nederland-plus’ moeten zien

Een belangrijke les uit het verhaal van Table du Sud is dat België vraagt om lokale keuzes. Prijsstelling, service, communicatie en esthetiek verschillen per regio en doelgroep.

Maatwerk is in België geen extraatje, maar een zeer sterke troef. Door hun aanbod en communicatie hierop af te stemmen, wist Table du Sud zich te onderscheiden van zowel Nederlandse als Belgische concurrenten. Niet door harder te roepen, maar door het rustig uit te leggen.

Wat Nederlandse ondernemers kunnen leren van Table du Sud

Het verhaal van Table du Sud in België laat zien dat culturele nabijheid niet betekent dat markten identiek zijn. Voor Nederlandse ondernemers in België betekent dit concreet:

Investeer in relaties en vertrouwen

Respecteer het Belgische besluitvormingstempo

Kies voor geloofwaardige positionering boven snelle verkoop

Pas je aanpak aan zonder je identiteit te verliezen

Wie deze tips serieus neemt, vergroot de kans op duurzame groei over de grens.