Cross-border HR & payroll

Een blog naar aanleiding van de podcastaflevering met Katja van Leeuwen en Birgit Killens van Interfisc.

Je zet een vacature live, je hebt een mooi aanbod en je wacht. En je wacht nog wat. Na een paar maanden besef je: er heeft vrijwel niemand gereageerd. Voor veel Nederlandse en Belgische ondernemers is dat het eerste signaal dat aannemen en verlonen over de grens niet zo vanzelfsprekend is als het lijkt.

In deze podcastaflevering schuiven Katja van Leeuwen en Birgit Killens van Interfisc aan bij Eric Lippens van Cultuurverschillen België Nederland. Interfisc is sinds 1972 gespecialiseerd in internationale HR en payroll — alles wat met loonadministratie over de grens te maken heeft, voor onder meer België, Nederland en Duitsland. Waar eerdere afleveringen vooral inzoomden op cultuur, taal en samenwerking op de werkvloer, gaat het hier over iets wat minstens zo bepalend is: de wetgeving, de loonkost en de arbeidsvoorwaarden. En precies daar zitten de verschillen dieper dan je denkt.

Bekijk en beluister het volledige gesprek in de podcast, of lees verder onder de video.

Dezelfde taal, een totaal andere wereld

We spreken grotendeels dezelfde taal, en juist daarom onderschatten we hoe groot de verschillen zijn. Katja en Birgit merken het dagelijks: wie naar China of de Verenigde Staten trekt, bereidt zich uitgebreid voor op de cultuurverschillen. Wie de grens tussen België en Nederland oversteekt, gaat er te makkelijk van uit dat alles ongeveer hetzelfde werkt.

Dat geldt niet alleen voor marketing, sales of samenwerking, maar evengoed voor wetgeving, sociale zekerheid en alles wat met loonadministratie te maken heeft. En het verklaart meteen waarom vacatures die over de grens gaan zo vaak blijven liggen.

Waarom reageert er niemand op je vacature?

Het klassieke scenario: een Nederlands bedrijf wil de Belgische markt op, zet dezelfde vacaturetekst online die in Nederland prima werkt, en hoort niets. De tekst is letterlijk overgenomen, alleen “Nederland” is “België” geworden.

Het probleem zit in de woorden én in wat eronder zit. Een Belgische kandidaat scant een vacature op herkenbare begrippen: maaltijdcheques, hospitalisatieverzekering, dertiende maand, extralegale voordelen. Staan die er niet in, dan voelt het aanbod incompleet — ook al klopt het loon op papier. Wie wél de juiste terminologie gebruikt, laat zien dat hij zich heeft geïnformeerd. Dat werkt enorm drempelverlagend, want je spreekt de taal die de werknemer kent.

En het werkt twee kanten op. Een Belgisch bedrijf dat in Nederland rekruteert en zwaait met maaltijdcheques, krijgt daar net zo goed vraagtekens terug: wat is dat eigenlijk, en wat moet ik daarmee?

De vier pijlers: het begint niet bij het loon

Veel Nederlandse ondernemers denken dat het aannemen van een Belg start met een contract aanbieden en de loonadministratie opstarten. In de praktijk begint het daar net. Interfisc werkt met vier pijlers, en het loon is daar maar een onderdeel van:

Het begint bij het arbeidsrecht — de arbeidsovereenkomst legt vast hoe werkgever en werknemer gaan samenwerken en wat beide partijen van elkaar mogen verwachten. Daarnaast spelen de sociale zekerheid, de loonbelasting en pas als vierde pijler de extralegale voordelen. In Nederland is dat laatste een minder ontwikkeld terrein; in België is het een wezenlijk deel van het pakket.

Een belangrijk principe daarbij: het arbeidsrecht laat je een zekere vrijheid om te kiezen, maar de sociale zekerheid niet. Die ligt vast, bepaald door een Europese verordening, op basis van waar iemand effectief werkt. Het advies van Interfisc is dan ook helder: stem je arbeidsrecht af op de sociale zekerheid die van toepassing is. Doe je dat niet, dan loop je gegarandeerd tegen praktische problemen aan.

38 of 40 uur? Een klein cijfer met grote gevolgen

In Nederland staat in een arbeidsovereenkomst vaak gewoon 40 uur. In België is de wettelijke arbeidsduur 38 uur. Bied je een Belg een contract van 40 uur aan, dan zit je meteen met een probleem: die extra uren moeten gecompenseerd worden met inhaalrust — al snel zo'n twaalf extra rustdagen per jaar.

En dan is er de taal. Een Belgische kandidaat die vraagt of hij “inhaalrust” of “ADV-dagen” krijgt, kan een Nederlandse werkgever volledig laten vastlopen, simpelweg omdat die termen daar niet bestaan. Het cliché dat Belgen minder werken? Misschien werken ze gewoon efficiënter. Maar het laat wel zien hoe een ogenschijnlijk detail in de werkuren direct tot misverstanden leidt.

Strakke regels versus polderen

Een rode draad door het gesprek: in België is de regelgeving strakker. Je weet daardoor veel beter wat je moet doen — maar er wordt ook sneller met het vingertje gewezen als je het fout doet. In Nederland overheerst de poldercultuur: meer overleg, meer flexibiliteit, meer ruimte voor “redelijkheid en billijkheid”.

Dat zie je terug bij de overheid. In Nederland kun je samenwerken met de Belastingdienst en krijg je bij een fout vaak eerst een waarschuwing. Belgische klanten kunnen zich daar nauwelijks iets bij voorstellen. In België leeft eerder het idee dat de fiscus iets móet vinden — sommige accountants raden zelfs aan om vooral niets te laten vinden, want wie zoekt, blijft graven tot er iets boven komt.

Diezelfde dynamiek zie je intern. In een klassiek, behoudsgezind Belgisch bedrijf respecteer je de hiërarchie en volg je de procedures; je leidinggevende overslaan kan zelfs een reden tot ontslag zijn. In Nederland wordt van je verwacht dat je meedenkt, en zijn de verhoudingen veel gelijkwaardiger. Voor een Belg die in een Nederlandse structuur terechtkomt, voelt die vrijheid soms ongemakkelijk: het houvast van duidelijke regels valt weg.

Ziekte: één doktersbriefje, twee werelden

Weinig onderwerpen maken het verschil zo concreet als ziekte. Meldt een werknemer zich in België ziek, dan levert hij een doktersbriefje in waarop staat tot wanneer hij ziek is. Dat verschijnt netjes in de agenda. In Nederland werkt het anders: je bent ziek, en wanneer je weer beter bent bepaal je gaandeweg, samen met werkgever en eventueel de bedrijfsarts. Vooraf weet niemand hoe lang het duurt.

Het gevolg is een kleine Babylonische spraakverwarring: Belgische collega's vragen zich af waarom er geen einddatum in de agenda staat, terwijl die er voor de Nederlanders nooit is. Achter dat detail zit een fundamenteel verschil. In België zit er altijd een medisch deskundige tussen die vaststelt dat je ziek bent; in Nederland bepaal je dat aan het begin grotendeels zelf.

En de financiële kant is nog ingrijpender. In Nederland moet je een arbeidsongeschikte werknemer twee jaar doorbetalen — dat zit in het arbeidsrecht. In België is dat voor een bediende ongeveer één maand, waarna de sociale zekerheid het overneemt via een uitkering van het ziekenfonds. Een Belg een Nederlands contract aanbieden met “twee jaar doorbetaling” erin klinkt genereus, maar leidt in de praktijk meteen tot complicaties.

De bedrijfswagen: status, kosten en cultuur in één

Misschien wel het meest sprekende voorbeeld is de auto van de zaak. In België is een wagen ter beschikking stellen vaak goedkoper dan extra brutoloon betalen, omdat de werkgeversbijdragen op dat extra loon gemaximeerd zijn. In Nederland werkt de bijtelling juist ontmoedigend, waardoor een bedrijfswagen lang niet altijd interessant is voor de werknemer.

Het gevolg: met hetzelfde leasebudget rijdt een Belg doorgaans in een grotere of duurdere wagen dan zijn Nederlandse collega. Wil je dat helemaal gelijktrekken, dan kom je in eindeloze discussies terecht — over modellen, over budgetten, en al snel ook over zaken als doorbetaling bij ziekte, die nu eenmaal verschillen.

En dan is er nog de status. Katja vertelt over een Belgische manager die echt overstuur was met een tijdelijke Opel Zafira als wachtwagen: de buren zouden op de oprit denken dat het slecht met haar ging. Een Belgische advocaat durfde niet met een gewone Golf rond te rijden — cliënten zouden twijfelen aan zijn kwaliteiten. In Nederland is de reflex vaak omgekeerd: rijdt iemand in een dure Mercedes, dan vermoedt men juist te hoge overheadkosten. Dezelfde auto, een totaal andere boodschap.

Sociale zekerheid: waar je “je handjes laat wapperen”

Een terugkerende vraag: als een Belg voor een Nederlands bedrijf werkt, waar is hij dan sociaal verzekerd? Het antwoord hangt af van waar hij effectief werkt, niet van waar de werkgever zit.

Werkt iemand elke dag fysiek over de grens — denk aan wonen in Hoogstraten, werken in Breda — dan geldt het land waar hij werkt. Werkt iemand 100% van thuis, dan is het zijn woonland. En bij hybride werk komt de 25%-regel om de hoek: werk je 25% of meer in je woonland, dan ben je daar sociaal verzekerd. Op die regel bestaan dan weer uitzonderingen, wat maar onderstreept hoe belangrijk een goede analyse vooraf is.

Het advies van Interfisc is daarbij vooral menselijk: laat een Belg die in België oud wil worden en daar zijn pensioen wil opbouwen, zoveel mogelijk in België sociaal verzekerd blijven. Van sociaal stelsel veranderen raakt immers je pensioen en je werkloosheid — dat is geen detail.

Neem je een Belg aan, of laat je iemand verhuizen?

Wil een Nederlands bedrijf zijn product in België op de markt brengen, dan is het advies onomwonden: neem een Belg aan. Niet alleen omdat die de cultuurverschillen aanvoelt, maar omdat hij bij een Belgisch bedrijf op een heel andere manier binnenkomt dan een Nederlander die meteen resultaatgericht een deal wil sluiten. De slaagkans ligt simpelweg hoger — op voorwaarde dat je die Belg ook goed meeneemt in je eigen organisatie.

Bij een IT-consultant ligt dat anders; die opent overal zijn laptop. Maar zelfs dan blijft verhuizen, en dus van sociaal stelsel veranderen, een ingrijpende stap waar je weerstand op kunt verwachten.

Interessant detail: een Nederlands bedrijf dat zijn eerste werknemer in België aanneemt, krijgt daar vaak een stevige korting op. Andersom bestaat zo'n regeling niet. En in bepaalde Belgische regio's — denk aan plekken die getroffen zijn door bedrijfssluitingen zoals Ford Genk of Renault Vilvoorde — zijn er extra subsidies op de eerste werknemers. Dat soort steun is in Nederland veel beperkter en moeilijker te vinden; daar ligt de focus eerder op innovatie en duurzaamheid.

Wie is nu het “duurst”? De verkeerde vraag

Is een Belg of een Nederlander duurder om aan te nemen? Volgens Katja en Birgit is dat appelen met peren vergelijken. Puur naar de loonkost gekeken is een Belg vaak iets duurder, maar het verschil is kleiner dan je denkt zodra je in Nederland alle bijkomende verplichtingen meerekent.

De échte vraag is wat het je oplevert. Een bescheiden Belg die in Nederland overal voorzichtig binnenkomt, wordt daar misschien niet ten volle gewaardeerd. Een Nederlander die in België meteen op resultaat en de deal stuurt, evenmin. Niet de loonstrook bepaalt de waarde, maar de match tussen mens, markt en aanpak.

Twee analyses, één loonstrook

Wat het zo complex maakt: in België zijn sociale zekerheid en fiscaliteit volledig gescheiden, terwijl Nederland juist veel moeite heeft gedaan om die samen te brengen en te vereenvoudigen. Zodra er een buitenlands aspect bijkomt, moet je alles weer uit elkaar rafelen en twee analyses uitvoeren — één voor de belasting, één voor de sociale zekerheid — die uiteindelijk allebei op diezelfde loonstrook moeten landen.

Daar komen de praktische rariteiten bij. Een Belgisch bedrijf dat zijn Nederlandse medewerker een auto wil geven, kan die leasen maar niet kopen, want een kenteken krijgen lukt niet. In België moet de werkgever ook fiscale gegevens uitvragen — kinderen ten laste, een partner — wat Nederlanders al snel als een inbreuk op de privésfeer ervaren, maar wat nodig is om het loon correct te berekenen.

Eerst bezinnen, dan beginnen

De cirkel is rond. Het begon met die vacature waar niemand op reageerde, en het eindigt bij datzelfde risico op een ander moment: stel dat de juiste kandidaat zich tóch meldt en een prima match blijkt, maar het haakt af op het contractvoorstel omdat de zaken uit deze podcast niet op orde zijn. Dan loopt die match alsnog weg en sta je weer op nul.

De boodschap van Katja en Birgit is dan ook eenvoudig: bezint eer ge begint. Analyseer de situatie grondig vóór je een aanbod neerlegt, kijk niet alleen naar bruto en netto maar naar het hele plaatje, en zorg dat je vacaturetekst de juiste taal spreekt. Wie die drempel eenmaal over is, plukt er de vruchten van. Want zodra Belgen en Nederlanders openstaan voor elkaar — de Belg die wat zelfverzekerdheid leert, de Nederlander die rechttoe rechtaan blijft zonder bot te worden — wordt het een én-verhaal in plaats van een of-of. En dat is precies wat elke onderneming wil: groeien in het andere land.

Personeel aannemen over de grens?

Laat je vóór je een aanbod neerlegt goed informeren over arbeidsrecht, sociale zekerheid en loonkost aan beide kanten van de grens. Als BE-NL Connect-lid heb je extra voordelen bij specialisten zoals Interfisc.

Ontdek onze kennisbegeleiders