Als er één ding duidelijk is, dan is het dat de cultuurverschillen tussen de landen in Europa een behoorlijke doorwerking hebben in de wijze waarop de verschillende lidstaten met de coronacrisis omgaan. Niet dat de maatregelen in de kern zoveel onderling van elkaar verschillen, maar wel de wijze waarop ze worden gehandhaafd. Vooral Nederlanders en Vlamingen in de grensstreek zal dit niet ontgaan zijn.
Cultuurverschillen tijdens en Corona-epidemie
In de Noordelijke Europese landen wordt in de strijd tegen corona vooral geappelleerd aan het gezonde verstand van de burger. Premier Rutte had het in Nederland over een intelligente lock down. Een prachtige frame trouwens. Want hiermee zei hij eigenlijk: wij in Nederland doen het slimmer dan elders, omdat we geloven in het het gezond boerenverstand en de verantwoordelijkheidszin van de bevolking. Tegelijkertijd maakte hij op die manier de Nederlander mede-eigenaar van het Coronaprobleem en het wensgedrag dat hij nastreefde.
Essentiële verplaatsing
In tegenstelling tot vele Zuid-Europese landen kunnen Nederlanders tijdens de coronacrisis vrij in de auto stappen en naar de andere kant van het land rijden, zijn de meeste winkels, bouwmarkten, evenals stadsmarkten gewoon open gebleven. In Belgie was dat allemaal niet mogelijk, uitgezonderd sinds kort tuincentra, DoeHetZelf-zaken, enzovoort. Als je er met je auto geen ‘essentiële’verplaatsing doet, word je nog altijd zonder pardon op de bon geslingerd. Ook blokkeren de Belgen al een tijdje de grens met grote betonblokken om het grenstoerisme en -shoppen tegen te gaan.
Geen Holland-België-wedstrijd
Of de Belgische coronamaatregelen tot meer of minder resultaat zullen leiden, dan de Nederlandse, zullen we waarschijnlijk nooit weten. Afhankelijk van de bronnen die je raadpleegt, verschillen de cijfers nogal. Maar laten we van de Corona-crisis alsjeblieft geen wedstrijd Holland-België maken, zoals zojuist een Belg deed bij de notenkraam op de markt in het Zeeuwse Middelburg. Hij ging er prat op dat hij deze morgen met zijn fiets de blokkade had omzeild en vond de Nederlandse aanpak maar niks.
In de basis verschillen de Corona-maatregelen niet zoveel. Wel in de wijze waarop ze worden gehandhaafd. Als de Nederlandse bevolking zou worden geconfronteerd met de Belgische handhavingsaanpak dan zou in Nederland bij wijze van spreken de revolutie uitbreken. Nederlanders pikken het eenvoudigweg niet om door de staat zo opgesloten te worden. Niet dat Nederlanders zo anarchistisch zijn en de bevelen van de overheid zomaar aan hun laars lappen. Maar zolang ze niet overtuigd zijn van het nut en de noodzaak van de maatregelen, zullen ze loud & clear protesteren.
Sterke sociale controle
Zijn de maatregelen aanvaard – hebben ze met andere woorden maatschappelijk draagvlak- dan zal in Nederland een sterke sociale controle de puntjes op de i zetten. Want in Nederland gaan we er altijd samen voor. Samen tegen het water. Samen achter het Oranjeteam. ‘Samen tegen het coronavirus. Vraag een Nederlander dus niet om regels na te leven die volgens zijn overtuiging naast de kwestie zijn. Dan toont hij al snel burgerlijke ongehoorzaamheid en zoekt hij het debat op.
Achterpoortjes
Nu is de Belgische bevolking ook niet zo gezagsgetrouw, maar toch is het daar anders. ‘Law and order’ speelt er veel sterker. De overheid vindt dat de regels moeten worden nageleefd en zonder al te veel te mokken gaat men daar in de regel vrij snel mee akkoord. Dit is vooral te verklaren vanuit een andere geschiedenis. Belgen, Vlamingen hebben wat België betreft nauwelijks een natiegevoel. Vreemd is dat niet als je ziet dat het Belgische grondgebied de laatste 400 jaar vele verschillende overheersers heeft gekend. Als je niet deed wat de overheerser je opdroeg, dan ging je kop eraf. Je zou dus wel gek zijn om (openlijk) te laten zien dat je niet akkoord ging met (strenge) regels. Tegelijkertijd ontwikkelden de inwoners van dat land j een ongekend talent om de regeltjes te ontduiken. Ja zeggen en nee doen.Achterpoortjes vinden, soms zelfs letterlijk. Zoals die fietser die al slalommend tussen de betonblokken van de wegblokkades zijn overheid toch lekker te slimaf bleek te zijn. In die zin zijn zowel Belgen als Nederlanders in de kern anarchisten maar dan wel op verschillende gronden…
Over de auteur
Evert van Wijk is Nederbelg en woonde de voorbije 30 jaar afwisselend in Vlaanderen en Nederland. Hij is auteur van verschillende boeken over cultuurverschillen tussen België en Nederland. Zijn laatste boek, Valse Vrienden, verscheen eind 2016. Het is uitgegeven bij Scriptum.nl en verkrijgbaar bij de betere boekhandel.Voor meer informatie: cultuurverschillenbelgienederland.nl Hij houdt ook een blog bij over dit onderwerp dat aan deze website verbonden is.
De Belg vindt het uit, de Nederlander gaat ermee aan de haal. Zo gaat het vaker. En zo ging het misschien ook wel met de ingenieuze uitvinding van de Vlaming Eric Vekemans waarmee een slimme Nederlander vervolgens aan de haal ging..
Cultuurverschillen:Belg maakt het, Nederlander verkoopt het
Eric Vekemans kreeg van zijn gemeente Brakel geen toestemming om een inpandige garage in zijn woning te bouwen. Waarschijnlijk om het dorpsaanzicht niet te schaden.
Maar zoals een echte Belg betaamt, ging hij niet bij de pakken neerzitten. Hij ging op zoek naar een achterpoortje en kwam met de volgende constructie op de proppen: een draaiende gevel, zie filmpje hierboven.
Iedereen tevreden: Eric, omdat hij alsnog een inpandige garage had waar hij zijn geliefde vierwieler in kwijt kon. En ongetwijfeld ook de gemeente Brakel. Want het dorpsaanzicht ter hoogte van het pand van Fons bleef even lelijk als voorheen.
Beter goed gejat dan zelf slecht uitgevonden
Beter goed gejat dan zelf slecht uitgevonden, zal de Fries Hayo de Vries uit Woudsend misschien gedacht hebben. Hij had een 19e eeuw arbeiderswoning aangeschaft, maar mocht er net als Eric Vekemans ook geen garage in bouwen van de gemeente. Het dorpsaanzicht zou teveel geschaad worden. Maar Friezen zijn koppig. Nog koppiger dan Hollanders. Dus deze Fries kwam, mogelijk geïnspireerd door Eric Vekemans op het idee om de volgende constructie in zijn gevel aan te brengen.
Zoals op het filmpje van Hayo te zien is, ziet het er bij hem allemaal wat strakker en minder arbeidsintensief uit om zijn automobiel naar binnen of naar buiten te rijden. Geen gedoe met oprijplaatjes en een geveldeel dat manueel weggedraaid moest worden alvorens zijn vierwieler naar binnen of naar buiten gereden kan worden, maar een volautomatische wegklapbare gevel. Nederlanders, maar ook Friezen houden immers van efficiëntie…
Maar behalve efficiëntie, zit ondernemerschap de Nederlanders ook behoorlijk in de genen. Via de website van Hayo de Vries kunnen geïnteresseerden de tekeningen van zijn ingenieuze draaibare gevelsysteem bestellen. Maar alvorens de tekeningen worden toegezonden, moeten er eerst keiharde dukaten op de bankrekening van Hayo worden overgemaakt. Hij had er met andere woorden maar meteen ook een business van gemaakt.
En als we het dan toch over cultuurverschillen hebben; zo gaat het vaker… De ingenieuze Belg vindt het uit en de commerciële Nederlanders gaat er vervolgens mee aan de haal.
Beter goed gejat dan zelf slecht uitgevonden, zal de Vlaamse Leen Vervaeke misschien gedacht hebben toen ze onlangs voor De Volkskrant en De Morgen een stuk schreef over de cultuurverschillen tussen België en Nederland. Maar het is natuurlijk niet echt netjes als je een artikel schrijft met slechts één bronvermelding en dat je voor de rest net doet alsof je het allemaal zelf het uitgevonden.
Plagiaat is soms moeilijk aantoonbaar
Ik ben de auteur van het boek Valse Vrienden dat vorig jaar bij Scriptum (Schiedam) verscheen. Het boek gaat over de cultuurverschillen tussen België en Nederland. Nu zijn over dit onderwerp legio boeken verschenen die uitleggen waarom die cultuurverschillen zo groot zijn. Maar dat alles neemt niet weg dat als je over dit onderwerp schrijft het toch min of meer gebruikelijk is dat je enige vorm van bronvermelding toepast. Zeker als je bijna letterlijk uit een boek citeert dat iemand anders geschreven heeft. Toen ik onlangs van diverse mensen spontaan een berichtje kreeg in de trant van: die journaliste zal zeker uw boek Valse Vrienden gelezen hebben, toen ze haar stuk aan het schrijven was, besloot ik mevrouw Vervaeke een tweetje te sturen om haar hiermee te confronteren. Kennelijk was ze ‘not amused’, want er ontspon zich de volgende tweet-wisseling:
Mijn laatste stuk als @volkskrant-correspondent in België: “Maak België wat Nederlandser, en Nederland wat Belgischer, en krijg het beste van twee werelden.” s.vk.nl/tfe13-a4576478/
de Volkskrant @volkskrant
Zonde dat Nederland en België steeds minder interesse hebben in elkaar, schrijft @leenvervaeke. ‘Het perfecte land, dat zou weleens een mix van Nederland en België kunnen zijn’ s.vk.nl/tfe13-a4576478/
Wil hier eigenlijk niet op reageren, maar kom: reden dat ik uw boek niet heb vermeld, is simpelweg omdat het geen bron is. U bent niet de enige die iets over BE en NL weet.
Omdat ik het boek van Peter Vandermeersch gelezen heb en dat van u niet. Ik heb er dus ook niet uit overgeschreven. Ik hou er niet van valselijk beschuldigd te worden. Kom met bewijzen of hou ermee op.
het ging over bronvermelding en opeens heeft u mijn boek niet gelezen? Hoe geloofwaardig… Plagiaat is moeilijk te bewijzen maar ik ga de uitdaging aan. @volkskrant@ScriptumNL@pvdmeersch
Plagiaat is soms moeilijk aan te tonen
Zoals ik al eerder aangaf: plagiaat is soms moeilijk aan te tonen. Er zijn trouwens ook veel verschillende definities voor. De Tilburg University hanteert de volgende: tekstgedeelten, redeneringen of gedachten van anderen over te nemen zonder bronvermelding. Toen ik het stuk van Leen Vervaeke las, kwam die naar mijn gevoel wel erg dicht bij mijn boek Valse Vrienden.
Eigenlijk wilde ik er helemaal geen polemiek over beginnen. Maar toen mevrouw Vervaeke gaande de tweet-wisseling opeens beweerde het boek niet te kennen, voelde ik aan mijn water dat ook dat niet kon kloppen. Want mocht het inderdaad zo zijn, dan geef je dat toch onmiddellijk aan in je eerste reply. Los daarvan heeft het boek behoorlijk brede media-aandacht gehad in zowel landelijke als regionale media. Als Belgie-Nederland-correspondente heb je dan òf zitten slapen òf op de maan gezeten.
En waarom aan selectieve bronvermelding doen door enkel de publicatie van NRC-hoofdredacteur Peter Vandermeersch wel aan te halen? De enige reden die ik kan bedenken is dat hij ook voor de persgroep werkt, waar ook de Volkskrant deel van uitmaakt.
Treffende gelijkenissen
Dat haar artikel meer dan treffende gelijkenissen heeft met wat ik in Valse Vrienden beschrijf, wordt al meteen duidelijk als je haar stuk naast de achterflaptekst en in de inleiding van mijn boek legt:
LV (Leen Vervaeke): Veel Nederlanders beschouwen België ( of Vlaanderen) nog altijd als het kleine, dommige broertje
VV (Valse Vrienden): Wij Nederlanders beschouwen Belgen, Vlamingen als hun kleine broertje. wel aardig, maar ook een beetje dommig…
Tja, ik woon al meer dan 30 jaar in Vlaanderen, maar ik heb nog nooit een Vlaming het woord ‘dommig’ horen gebruiken… Maar dat even terzijde.
Hieronder volgen nog een paar voorbeelden, maar daar heeft ze in ieder geval nog de moeite gedaan om het her en der wat te herformulieren:
LV: Neem de positie van de vrouw op de arbeidsmarkt waar driekwart van de Nederlandse vrouwen halftijds werkt , zijn er dat in Belgie minder dan de helft, vooral dankzij goedkopere kinderopvang.
VV: het viel me wel op dat er in die tijd meer vrouwen dan in Nederland in fulltime jobs werkzaam waren. Ook zag ik dat in de Belgische maatschappij zaken als kinderopvang veel beter geregeld zijn. In België zijn er niet alleen veel meer opvangplaatsen, maar is het, dankzij de tussenkomst van de overheid, tot op de dag van vandaag ook nog eens stukken goedkoper om je kinderen in een crèche onder te brengen. Wellicht dat het daardoor voor veel Vlaamse vrouwen gemakkelijker is om fulltime te gaan werken.
LV: Natuurlijk is er wel enige interactie. Nederlanders en Belgen werken militair nauw samen
VV: De samenwerking op defensievlak, zeker wat de luchtmacht en de marine betreft, bewijzen dat het kan.
LV: …sommige woorden zijn verwarrend: een een magnetron is een microgolf…
VV: Magnetrons. Die kennen ze ook niet in België. Wel hebben ze een microgolf of microgolfoven.
LV: Natuurlijk zijn er fundamentele verschillen tussen noord en zuid. Vier eeuwen afzonderlijke religieuze en economische geschiedenis hebben hun sporen nagelaten. Belgen zijn eeuwenlang bestuurd door buitenlandse bezetters en hebben daar een diep wantrouwen aan overgehouden…
In mijn ogen zijn die verschillen terug te brengen tot één basisonderscheid: een verschil in vertrouwen…
VV: Wellicht hebben die verschillen te maken met de totaal verschillende loop van de geschiedenis van het Noorden en de Zuidelijke Nederlanden. Om het zomaar eens te zeggen. Een geschiedenis van maar liefst 400 jaar gestold wantrouwen. …Afgezien van de periode van 1815–1830 kun je dus gerust stellen dat België en Nederland al 400 jaar gescheiden zijn. Nederland ontwikkelde zich tot wereldmacht. België kende vele bezetters. Daarnaast was er nog een godsdienstige breuklijn: het katholieke Zuiden en het calvinistische Noorden.
Belgen wantrouwen de medemens tot het tegendeel is bewezen. Nederlanders vertrouwen de medemens tot het tegendeel is bewezen! Naar mijn overtuiging is dit het meest essentiële verschil tussen beide volkeren.
Enfin, zo kan ik nog een tijdje doorgaan…
Intussen blijft de vraag onbeantwoord waarom mevrouw Vervaeke in haar artikel net doet alsof ze het allemaal zelf heeft uitgevonden? Is het een soort onnozele vorm van belangrijkdoenerij of is het een nieuwe vorm van journalistiek bedrijven door niet meer aan bronvermelding te doen? Ik wil het bewust geen fake-nieuws noemen. Maar als we de definitie van plagiaat van de Tilburgse universiteit erbij nemen, dan komt dit mijns inziens wel behoorlijk dichtbij.
De Dasja van Poetin
Dat zo’n werkwijze soms verregaande consequenties voor je carrière kan hebben, heeft de Nederlandse ex-minister Halbe Zijlstra onlangs nog kunnen ervaren. Hij had gedaan alsof hij in hoogst eigen persoon aanwezig was tijdens een bijeenkomst in de Dasja van Poetin. Toen bleek dat hij er helemaal niet bij was, moest hij omwille van dit domme leugentje aftreden. Daarom tot slot mijn ongevraagd advies aan mevrouw Vervaeke: zorg dat u ook vanuit uw nieuwe standplaats in China niet met deze werkwijze doorgaat. Anders zou u wel eens sneller dan u denkt terug kunnen zijn in uw geboortelandje.
Evert van Wijk is Nederbelg en woonde de voorbije 30 jaar afwisselend in Vlaanderen en Nederland. Hij is auteur van verschillende boeken over cultuurverschillen tussen België en Nederland. Zijn laatste boek, Valse Vrienden, verscheen eind 2016. Het is uitgegeven bij Scriptum.nl en verkrijgbaar bij de betere boekhandel.Voor meer informatie: cultuurverschillenbelgienederland.nl Hij houdt ook een blog bij over dit onderwerp dat aan deze website verbonden is.
Nederlanders en Belgen/Vlamingen die in elkaars landen gaan werken, pas op! Niet zozeer vanwege de fiscale en juridische gevolgen maar vooral door de grote culturele verschillen op de werkvloer. De Belgische en Vlaamse interne bedrijfscultuur wordt veel meer gedomineerd door strikte machtsverhoudingen. Ofwel in België is de baas veel meer de baas dan in Nederland. Beslissingen worden vaak zonder veel omhaal opgelegd, terwijl die in Nederland veel meer in gezamenlijk overleg tot stand komen. Polderen noemen ze dat…
Onlangs las ik in de PZC dat er een informatiebijeenkomst in Zeeland was geweest om Nederlanders te interesseren om in Vlaanderen te gaan werken. Ongetwijfeld zullen de potentiële geïnteresseerden wel gewezen zijn op de financiële gevolgen die dat kan hebben voor hun ziekteverzekering, de pensioenopbouw en hun belastingplaatje. Maar wat deze geïnteresseerden vooral moeten beseffen is dat het er op de werkvloer in België heel anders aan toe gaat. Belgen en Nederlanders die in elkaars landen gaan werken ervaren die verschillen in bedrijfscultuur vaak als een grote shock. We verstaan elkaar wel, maar we begrijpen elkaar niet altijd leven goed, zoals ik onlangs ook op BNR Nieuwsradio mocht uitleggen naar aanleiding van mijn boek Valse Vrienden.
In België is de baas veel meer de baas dan in Nederland
In België is de baas veel meer de baas dan in Nederland. Zo herinner ik me het verhaal van een Nederlander die vroeger bij Fortis aan een Belgische baas rapporteerde. Hij zei dat je bij wijze van spreken je hand moest opsteken als hij naar het toilet wilde gaan… De Vlaamse managementstijl ervoer hij vooral als het in ontvangst nemen van beslissingen van hogerhand die je zonder teveel omhaal moest uitvoeren. Nadien werden die door de baas op juistheid gecontroleerd. Voorheen had hij in een puur Nederlands bedrijf gewerkt. Beslissingen kwamen daar veelal in overleg tot stand, bijvoorbeeld tijdens werkvergaderingen. Als over zaken, veelal na lange discussie, eenmaal consensus was dan was het de taak van de baas om vooral voorwaarden te scheppen waarbinnen de gezamenlijk genomen beslissingen uitgevoerd konden worden.
Voor een Nederlander is tijd veel meer tijd
Belgen zijn net als Nederlanders keiharde werkers. Sterker nog: ik denk dat Belgen zelfs nog harder werken. Toen ik vroeger bij Fokker werkte, was tijd, tijd. Op het fluitsignaal van vijf uur was het een wedstrijd wie als eerste door de poort kon gaan om vervolgens zo snel mogelijk naar huis te sjezen. Nederlanders vinden dat ze recht hebben op een goede life-work-balance. ’s-Avonds op tijd achter de patatten om vervolgens nog fijn naar de sportclub te gaan.
Je moet als baas met goede argumenten komen om de Nederlander te laten overwerken. Als in België de baas je vraagt om nog langer te blijven dan doe je dat ook. Sterker nog: als het werk niet af is dan werken veel Belgen gewoon door tot dat ze klaar zijn. Zelf heb ik dat ook mogen ervaren toen ik in een Benelux-organisatie werkzaam was met een afdeling in België en Nederland. Na vijven kon ik in Nederland een kanon afschieten met de wetenschap niemand te zullen raken. In België daarentegen was het vaak nog tot achtuur een drukte van jewelste.
Nederlandse bazen hoeven geen allesweters te zijn
Wel heb ik de indruk dat er in Nederland op de werkvloer meer wordt gelachen. Het is er gezelliger, er is minder hiërarchie en ook meer teamgeest. Nederlandse bazen moeten hun baas zijn trouwens verdienen. Dat doen ze niet door een allesweter te zijn, maar door voorwaarden te scheppen waarin zijn team het best kan floreren. Zo bouwt hij gezag op in zijn team. Nederlanders willen het op het werk vooral ook leuk hebben. Ze willen inspraak, kunnen meebeslissen, met sloten kopjes koffie als glijmiddel. Nadeel is dat het soms ellenlang kan duren alvorens er beslissingen genomen worden. Maar voordeel is dat ze dan door het hele team gedragen worden, omdat iedereen zich als mede-uitvinder van de beslissing beschouwt.
De hoogte van salarissen is in België staatsgeheim
Belgische bazen pakken dat vaak anders aan. Tijdens werkvergaderingen komen beslissingen niet zozeer met het team tot stand, maar worden ze medegedeeld. Zo moet het en niet anders. Ben je het in België niet met de baas eens dan zeg je hem dat in de regel nooit direct in the face. Want dat kan de relatie wel eens behoorlijk verstoren. Wel ontstaan er dan vaker onduidelijke machtspelletjes, vormen zich partijen en treden er verborgen agenda’s in werking. Het draait met andere woorden veel meer om het betere lobbywerk en uiteindelijk om macht. Misschien is het om die reden dat er op de Belgische werkvloer vaak minder fun is. Men is wat gereserveerder naar elkaar toe. Niet voor niks is een van de grootste geheimen op de Belgische werkvloer de hoogte van het salaris van je collega. In Nederland wordt daar in de regel heel wat minder geheimzinnig over gedaan.
Laat die baas maar praten, ik trek mijn eigen plan…
Niet alleen Belgische managers, maar ook hun ondergeschikten houden er in de regel niet zo van om te zeggen waar het op staat. Hij kiest er liever voor om zich tijdens vergaderingen zo gedeisd mogelijk te houden. Als hem iets gevraagd wordt dan zal hij de indruk wekken om mee te gaan met de voorgestelde aanpak. Wat hij werkelijk denkt, dat blijft geheim. Tegelijkertijd denkt hij: laat die baas maar praten, ik trek wel mijn eigen plan. Dit is tevens één van de grootste frustraties van Nederlandse managers die naar België komen. ‘Mijn deur staat voor iedereen altijd open’, is wat een Nederlander ogenblikkelijk zal roepen. Maar hij zal weldra vaststellen dat niemand daar daadwerkelijk gebruik van zal maken. Belgen zijn in de ogen van Nederlanders beleefder, omdat ze uiterst zelden zeggen wat ze denken. Maar verborgen agenda’s zijn in België overal en altijd aanwezig.
over de auteur
Evert van Wijk is Nederbelg en woonde de voorbije 30 jaar afwisselend in Vlaanderen en Nederland. Hij is auteur van verschillende boeken over cultuurverschillen tussen België en Nederland. Zijn laatste boek, Valse Vrienden, verscheen eind 2016. Het is uitgegeven bij Scriptum.nl en verkrijgbaar bij de betere boekhandel.Voor meer informatie: cultuurverschillenbelgienederland.nl Hij houdt ook een blog bij over dit onderwerp dat aan deze website verbonden is.
Zou het geen goede zaak zijn als Vlaamse en Nederlandse redacties van krant, radio en tv er een gewoonte van maken om iedere vier jaar hun redacties te laten rouleren? Laat bijvoorbeeld de Bart Brinckmansen van de Wetstraat-redactie na vier jaar maar eens verkassen naar de economieredactie. Het zal niet alleen hun horizon verbreden, maar misschien ook hun berichtgeving wat meer pluriform maken. Ook is niet uitgesloten dat hierdoor het aantal extreem linkse en rechtse journalisten behoorlijk zal slinken wat de berichtgeving alleen maar ten goede zal komen.
Laten we eens naar enkele krantenkoppen kijken van vrijdag naar aanleiding van het nieuws welke politicus in België in 2016 de meeste betaalde mandaten heeft.
De Tijd: Eliane Daels (PS) is mandatenkampieon 2016
De Morgen: Eliane Daels en Koen Kennis zijnmandatenkampioenen 2016
De Standaard: Koen Kennis (N-VA) is de Vlaamse kampioen betaalde mandaten
Ook als je het artikel niet leest en alleen de nieuwsfeiten kent, dan voel je aan je water hoe gekunsteld die warrige kop in De Standaard er met de haren is bijgesleept. Het maakt één ding nog eens duidelijk. Zolang de N-VA in diskrediet kan worden gebracht is bij die krant alles toegelaten. Zelfs warrige krantenkoppen die de lading niet dekken. Moeilijk moet dat toch niet zijn. De Tijd en De Morgen slagen er immers wel in om boven een objectief nieuwsfeit een objectieve kop te zetten die wel de lading dekt. Waarin een kleine krant nog kleiner kan zijn…
Dit fenomeen zien we niet alleen bij De Standaard en andere Vlaamse media. Ook in Nederland zien we steeds vaker dat de media zo hun voorkeuren hebben. Op zich niet zo wonderlijk. Het is algemeen bekend dat de meeste journalisten links zijn. Maar dat is nog niet alles. Doordat bij de vierde macht, teveel journalisten op te lang dezelfde plaats zitten en daardoor een uitgebreid netwerk (nvda: lees vriendenkringetje) hebben opgebouwd, ontstaat er op veel redacties inteelt. Een ons-kent-ons-sfeertje van ik krab jouw rug en jij de mijne. Zoiets gaat natuurlijk ten koste van de kwaliteit van de berichtgeving. Zo zal het bijvoorbeeld ook wel gegaan zijn met Tom Lanoye toen die enige tijd terug een grote en bovendien nogal politiek correcte voorpublicatie in de NRC kreeg om zijn business te promoten. Zou hem dat ook gelukt zijn als hij niet tot het old boys network van Peter Vandermeersch zou hebben gehoord?
De Haagse kaasstolp
Zeker in de politieke verslaggeving is dat ons-kent-ons-sfeertje soms erg klef. Zo gaat het verhaal dat op het huwelijksfeest van politiek vrt-verslaggever Ivan De Vader zowat de halve Wetstraat was uitgenodigd. In Nederland zie je dat niet snel gebeuren, maar ook daar bestaat een ons-kent-ons-sfeertje. Zelfs politiek-journalisten die al jaren met pensioen zijn worden regelmatig uitgenodigd om bij hun voormalige collega-vriendjes aan te schuiven om hun visie te geven. Niet voor niks spreekt men in Nederland al jaren over de zogenaamde Haagse kaasstolp waar iedereen elkaar de bal toespeelt. Maar wat in Nederland ondenkbaar is, is dat een hele redactie van wat als een kwaliteitskrant moet doorgaan bewust stelling neemt tegen een politieke partij, zoals Bart Brinckman van De Standaard in een interview onlangs onverbloemd en ongetwijfeld ook met het minste schaamrood op zijn kaken verkondigde.
Boze bijschnabbelende journalisten
Journalisten die te lang op dezelfde plek zitten, weten al te goed hoeveel macht ze hebben en hoe ze die moeten (mis)bruiken. Zelf heb ik dat ook al mogen ervaren. Zo vertelde een bevriende vrt-journalist mij ooit in vertrouwen dat zijn bazen hadden besloten om geen media-aandacht aan een van mijn boeken over mediatraining te schenken, omdat ik me in het openbaar kritisch had uitgelaten over het feit dat vrt-journalisten die via mediatraining bijschnabbelen, hun onafhankelijkheid en geloofwaardigheid verliezen.
En een journaliste van De Standaard die een recensie-exemplaar had aangevraagd van een boek van mij over cultuurverschillen België-Nederland zei me dat op de redactie besloten was om er geen aandacht aan te schenken. De reden was dat ik in het boek alleen maar open deuren nog verder open trapte. “Schrijf dat dan op in uw recensie”, antwoordde ik. Met haar mond vol tanden haakte ze de telefoon in. Waarmee ze meteen nog een cultuurverschil blootlegde: in Vlaanderen zwijgen we onwelgevallige zaken liever dood, terwijl men in Nederland daar eerder het debat over aangaat.
Geen schroom om eigen media voor hun karretje te spannen
Andersom zien we dat de meeste journalisten geen enkele schroom hebben om hun eigen media voor hun karretje te spannen als dat zo uit komt. Toen Bart Brinckman het boek schreef: De Zestien is voor U over de langste Belgische kabinetsformatie ooit, bleek dat het boek hoofdzakelijk opgewarmde kost bevatte. Geen nieuwe nieuwsfeiten dus. Maar voor zijn collega-vriendjes van het tv-journaal was het ’t belangrijkste nieuwsitem van de dag. Even later zat hij bij Terzake om zich uitgebreid over al die zaken die allang wijd en zijd bekend waren, te laten interviewen. En last but not least, de volgende dag hadden zijn journalistenvrienden een paginagroot verhaal in de kranten, inclusief zijn eigen Standaard.
Daarom wordt het tijd dat redacties van krant, radio en tv er een gewoonte van gaan maken om iedere vier jaar hun redacties te laten rouleren. Het zal niet alleen hun horizon verbreden, het zal misschien ook extra verdieping geven aan de media waarvoor ze werken. En, zoals ik al opperde; door die bredere kijk zal misschien ook het aantal extreem linkse en rechtse journalisten slinken wat de pluriformiteit in de berichtgeving ten goede zal komen.
Kent u het schrijnende verhaal van Karel De Rycke? Hij was oorlogsburgemeester in het Oost-Vlaamse Asper bij Gavere. Volgens de Belgische staat een zogenaamde inciviek, of liever nog, een zwarte, omdat hij tijdens WO II met de vijand geheuld zou hebben. Hij was een van de 100.000-den slachtoffers van de Vlaamse repressie die net na WO II een ongekende opflakkering kende. Want voor eens en altijd moest maar eens met dat opstandige Vlaamse rapaille worden afgerekend. Nadat eerst zijn huis was geplunderd en zijn bezittingen verbeurd waren verklaard werd hij bij verstek ter dood veroordeeld, maar hij dook onder en vluchtte naar het veilige Ierland. Had Karel De Rycke destijds in Nederland gewoond dan had hij ongetwijfeld gewoon burgemeester kunnen blijven. Sterker nog: misschien had hij nog een lintje van de koningin ontvangen, juist vanwege zijn uiterst ‘civieke’ gedrag.
Aanvankelijk een successtory
Een Vlaamse vriend stelde me onlangs een zojuist verschenen publicatie ter hand met daarin de levensloop van Karel De Rycke. Die was zijn opa. Aanvankelijk was het leven van Karel De Rycke een successtory. Een hardwerkende en innovatieve ondernemer en een van de succesrijkste kippenfokkers en eierproducenten van België. Karel De Rycke ging al in de jaren twintig van de vorige eeuw op studiereis naar Amerika om de beste op zijn gebied te zijn en te blijven.
Hij stelde in zijn kippenbedrijf vele mensen te werk. Daarnaast had hij ook een schrijnwerkersbedrijf waar hij ondermeer bedden vervaardigde. Ging het wat minder in de eieren of andersom dan hoefde hij geen mensen te ontslaan want die konden dan in het bedrijf tewerk worden gesteld waar hij op dat moment de meeste handjes nodig had. Hij was graag gezien, mede omdat hij een goed werkgever was. Hij kreeg dan ook brede steun toen hij tot burgemeester van Asper werd verkozen.
Karel De Rycke begaf zich op hellend vlak…
Toen brak de oorlog uit. De bezetter wilde dat hij ook aan de Wehrmacht zou leveren. Hij had geen keus. Want bij weigering zou hij in het beste geval de gevangenis indraaien en zijn werk weigerend personeel zou wellicht naar Duitsland zijn afgevoerd. Maar de Belgicistische rechters zagen dat anders. Door te leveren aan de Duitsers begaf de ondernemer en oorlogsburgemeester zich op een hellend vlak. En de levering van bedden was in hun ogen even erg als het leveren van wapens en munitie waardoor hij na de oorlog tot de dood werd veroordeeld.
Sokken leveren aan de moffen of opkrassen
Ook mijn grootvader was voor WO II ondernemer, maar dan in Nederland. Hij was sokkenfabrikant. Als gevolg van een noodlottig verkeersongeval overleed hij vroegtijdig. Mijn grootmoeder zette de fabriek voort. Ik herinner me de verhalen dat ook zij voor de keuze werd gesteld: of sokken leveren aan de moffen of opkrassen. Mede omdat ze zich verantwoordelijk voelde voor het personeel besloot ze sokken aan de bezetter te leveren. Net als Karel De Rycke voorkwam ze hiermee dat het personeel in Duitsland te werk werd gesteld. Mijn toen mijn nog piepjonge vader die omwille van de oorlog zijn textielopleiding had moeten afbreken, werkte inmiddels ook in het bedrijf. Toen de oorlog voorbij was, nam hij de sokkenfabriek over en ging hij de lokale politiek in. Jarenlang was hij naast fabrikant eerste schepen (wethouder) en plaatsvervangend burgemeester. Het feit dat mijn oma ook voor de Duitsers sokken had geproduceerd had geen negatieve invloed op het maatschappelijke aanzien van onze familie.
België: 242 Nederland: 39 executies
Mijn Vlaamse vriend en nazaat van Karel De Rycke, liet mij onlangs weten dat als gevolg van de snoeiharde repressie vele Vlamingen in die eerste naoorlogse periode onschuldig geëxecuteerd werden. Er waren meer dan 400.000 dossiers tegen de zogenaamde “incivieken” opgemaakt. Veelal mensen die alleen maar het beste voor hadden met hun medemens en met Vlaanderen. Maar het hebben van een abonnement op de Vlaamse krant De Standaard was in die tijd vaak al genoeg om vervolgd te worden. Er werden 242 doodstraffen effectief uitgevoerd.
In Nederland waar men ook niet zachtzinnig was voor het heulen met de vijand, werden slechts 39 executies uitgevoerd.
Waarom kwamen de Vlamingen niet tegen die repressie in opstand?
Wat ik als Nederlander nooit goed gesnapt heb, is dat de Vlamingen dit allemaal zo over hun kant hebben kunnen laten gaan. Dat ze toelieten om maar bij het minste en geringste hun burgerrechten te laten afpakken wat in die tijd gelijk stond aan broodroof. Dat het tot midden van de jaren vijftig van de vorige eeuw duurde eer er bij monde van de VolksUnie eindelijk een partij opstond die opkwam voor de belangen van de Vlamingen die nog altijd niet moegetergd waren door de Belgicistische en Francofone machthebbers en de katholieke kerk niet te vergeten. Want meneer pastoor moest er mede voor zorgen dat alles bij het oude bleef. Dat met andere woorden zijn onderdanen dom en volgzaam bleven.
Waarom een Vlaamse grondwet geen gek idee is…
Daarom is het goed dat publicaties over dit soort familietragedies als die van Karel De Rycke het licht zien. Hopelijk helpen die de Vlamingen om hun geschiedenis van meedogenloze onderdrukking onder ogen te zien. Niet alleen door de (Duitse) bezetter, maar ook door de Belgicistische en vaak Francofone machthebbers die daar net naar WO II nauwelijks voor onder deden. Het is belangrijk dat Vlamingen hier voortdurend aan herinnerd worden. Want als ze grondig doordrongen zijn van die geschiedenis, dan snappen ze misschien ook dat het hebben van een eigen Vlaamse grondwet waarvoor Geert Bourgeois onlangs nog pleitte, niet eens zo’n gek idee is…
noot van de redactie:
Pieter Jan Verstraete schreef de publicatie Karel de Rycke: burgemeester en pluimveehouder in opdracht van de familie en kon beroep doen op een rijk gevarieerd archief. Het werkje bevat een reeks tot nu toe ongepubliceerde foto’s en uittreksels uit persoonlijke brieven en documenten. De prijs bedraagt 6€ + 2,50€ verzendingskosten, samen dus 8,50€. Bestellen kan door storting van het bedrag op rekeningnummer BE64 4627 2867 9152 van P.J. Verstraete, 8500 Kortrijk met vermelding “Karel de Rycke”.
Over de auteur
Evert van Wijk is Nederbelg en woonde de voorbije 30 jaar afwisselend in Vlaanderen en Nederland. Hij is auteur van verschillende boeken over cultuurverschillen tussen België en Nederland. Zijn laatste boek, Valse Vrienden, verscheen eind 2016. Het is uitgegeven bij Scriptum.nl en verkrijgbaar bij de betere boekhandel.Voor meer informatie: cultuurverschillenbelgienederland.nl Hij houdt ook een blog bij over dit onderwerp dat aan deze website verbonden is.